Woningwet 2016

Tekstgrootte:
 
 

De Woningwet, die op 1 juli 2015 in werking is getreden, kent verschillende implementatiemomenten. Een van de belangrijke momenten  is 1 januari 2016. In 2016 gaat er veel spelen rond de implementatie van de Woningwet, zoals  de volledige cyclus prestatieafspraken, passend toewijzen, waarderen op marktwaarde, de indeling in woningmarktregio’s en de voorbereiding van scheidings- en splitsingsvoorstellen. 

Prestatieafspraken

De volledige cyclus voor prestatieafspraken start in 2016. De huurdersorganisatie is al vanaf 1 juli 2015 een volwaardige partner bij prestatieafspraken.  Indien de gemeente een actuele woonvisie heeft, worden corporaties geacht voor 1 juli hun redelijke bijdrage aan het volkshuisvestingsbeleid (het bod) aan gemeente en huurdersorganiastie kenbaar te maken. HIerrna treden deze  partijen met elkaar in overleg over het bod met als doel het sluiten van prestatieafspraken. Vanaf 1 juli 2016 kunnen geschillen die de totstandkoming van prestatieafspraken belemmeren aan de minister worden voorgelegd. De minister laat een tripartiete adviescommissie advies uitbrengen over het geschil.

Passend toewijzen

Woningcorporaties verhuren per 1 januari 2016 aan ten minste 95% van de huishoudens met potentieel recht op huurtoeslag woningen met een huurprijs tot en met de aftoppingsgrens. Deze verplichting geldt voor nieuw te verhuren woningen per jaar. De resterende marge van 5% is bedoeld om woningcorporaties een beperkte ruimte te bieden om in uitzonderingssituaties toch een (iets) duurdere woning te kunnen toewijzen, bijvoorbeeld wanneer niet op korte termijn een kwalitatief passende woning met een meer betaalbare huurprijs beschikbaar is.

Een eenduidige en goed toetsbare norm zorgt ervoor dat de mensen met de laagste inkomens de woningen krijgen toegewezen met een voor hen betaalbare huur.

Handboek marktwaardering

Woningcorporaties moeten hun onroerende zaken over 2016 op marktwaarde hebben gewaardeerd. Deze waardering wordt opgenomen in de jaarrekening van de corporatie. Bij de marktwaarde wordt de waarde van het vastgoed bepaald op grond van verwachte of veronderstelde opbrengsten die de woning kan genereren uit verhuur, verkoop of een combinatie van beide. Uitgangspunt voor de waardering is een marktconforme exploitatie van het vastgoed, rekening houdend met de contractuele verplichtingen ten opzichte van de zittende huurder. 

Volgend jaar wordt het Handboek geactualiseerd en herijkt. De nieuwe versie moet vervolgens gebruikt worden voor de jaarrekening over 2016.

Woningmarktregio

Vanaf 1 januari 2016 kunnen gemeenten gezamenlijk een voorstel voor een woningmarktregio indienen. Daarmee wordt het werkgebied van corporaties bepaald. Zij zullen binnen hun kernregio volledig actief mogen blijven, maar daarbuiten niet meer uitbreiden door aankoop of nieuwbouw. Online is verdere informatie te vinden over de wet- en regelgeving, wat in een verzoek zou kunnen staan, wat van zienswijzen wordt verwacht en hoe het proces omtrent ontheffingen loopt. Daarnaast zal op www.woningwet2015.nl onder het kopje ‘Regio’ een aanvraagformulier ter beschikking worden gesteld. Indien de ingediende aanvragen op 1 juli 2016 niet resulteren in een dekkende indeling van Nederland, zal bij AMvB een indeling gemaakt worden.

Scheiden en splitsen - voor gemeenten en huurdersorganisaties

Op basis van de Woningwet scheiden de grote corporaties hun bezit in kernvoorraad ten behoeve van de doelgroep (DAEB) en overige woningen (niet-DAEB). Voor 1 januari 2017 moeten zij hiervoor een ontwerpvoorstel indienen bij de Autoriteit woningcorporaties, voorzien van een zienswijze van gemeenten en huurdersorganisaties. Dit is een belangrijk moment: niet alleen bepaalt de scheiding de grootte van de kernvoorraad, maar ook van de huurwoningen in het middenhuursegment waar de niet-DAEB woningen toe behoren.

Met de zienswijze, die in het najaar van 2016 moet worden opgesteld, hebben gemeenten en huurdersorganisaties de mogelijkheid om hun visie te geven op de lokale woningvoorraad. Dit gaat over zowel de aantallen als de soorten woningen, locatie en kwaliteit. Zij kunnen nu al beginnen met het nadenken over die visie. Als zij vinden dat het voorstel van de corporatie niet geheel past, kunnen zij in hun zienswijze een andere verdeling van DAEB-woningen en niet-DAEB-woningen voorstellen.